Vorige week stond ik in de aula van een crematirium in mijn woonplaats te luisteren naar de verhalen die een mevrouw van de Dela vertelde over een overleden man. De overleden man is de oudste zoon van mijn vroegere buurvrouw, die veertien maanden eerder overleed, maar dat doet niet echt terzake - behalve dat het zijn dood nog dramatischer maakt.
De overleden man was 51 jaar jong, getrouws, vader van twee dochters en een zoon. Dat hij dood is, dat is dramatisch. Veel te jong. En 'plotseling', zoals men zegt. Hij kwam op een hele gewone middag thuis, kreeg een hersenbloeding en overleed die avond nog in het ziekenhuis. Verschrikkelijk.
Wat er bij sterfgevallen gebeurt, tenminste, voor zover ik kan inschatten, is dat er dan een mens (m/v) van de uitvaartverzekering naar de familie gaat om ze uit te horen over hoe zij de begrafenis of crematie voor zich zien, in termen van welke muziek er gedraaid moet worden en of er nog mensen een woordje willen doen. Verder verzamelt deze mens gegevens over de overledene, zodat hij of zij een verhaaltje kan vertellen over diens leven.
Mevrouw van de Dela kweet zich uitstekend van haar taak. Aan haar lag het dan ook niet dat ik vooral getroffen werd door de banaliteit van het geheel. Tijdens het verhaal van de jeugd van de overledene bedacht ik dat ik dit helemaal niet zou willen. En tijdens de gedichtjes die mensen voordroegen bedacht ik me dat nog eens, en bij het vervolg van zijn levensverhaal nog eens. En weer tijdens het eerste, en het tweede, én het derde muziekstuk dat er werd gespeeld.
Hoe kun je zo bezig zijn met jezelf tijdens de crematie van een ander? Helemaal als het zo'n dramatisch verhaal is?
Tja.
Feit is dat het gebeurde. Ik hoorde de hoofdpunten van een leven, net iets te zacht en net iets te meelevend verteld, en bedacht dat ik niet wil dat mijn leven op die manier de revue passeert als ik er niet meer ben. Ik wil niet dat een vreemde gaat staan vertellen dat ik opgroeide in Uden, en daarna in Bramsche, Duitsland, en dat ik laat het huis uit ging, bij Free Record Shop en daarna een grote verzekeraar werkte, een kat had en veel las. Hoe belangrijk is dat? Hoe interessant is dat? En vooral: hoe onderscheidt mij dat van heel de mensheid?
Want dat trof me juist zo. Dat er over een dode zo weing bijzonders te vertellen valt. Of: dat mensen zich niets bijzonders lijken te herinneren. Of misschien is het wel zo dat er nooit iets bijzonders te vertellen valt, omdat alle mensen uiteindelijk ongeveer dezelfde onbelangrijke dingen doen, allemaal hetzelfde banale leven leiden.
Van mij hoeven ze het in ieder geval niet te vermelden. Als ik dood ben, stop mijn lijf dan maar vlot in een oven, zonder ceremonie in een onpersoonlijk crematorium. Hou die ceremonie maar elders, in een café, of in mijn huis, en geef het geld voor heel die dienst die ze nu niet georganiseerd hebben maar uit aan een drankje en een hapje. Draai maar een hele verzameling platen die ik leuk vind en praat onderling maar over je herinneringen aan mij. Wat dan ook. Maar laat geen man of vrouw van de Dela aan het woord, maakt geen selectie uit de 1.000 platen die me na aan het hart liggen en lees vooral geen zelfgeschreven gedichtjes voor. Hoe banaal mijn leven ook is!